Eerste 4 lessen gratis

Basiskennis over voeding is broodnodig om fit en slank te blijven. Heel veel mensen eten verkeerd en dit leidt tot een gemiddelde gewichtstoename van 1kg per jaar. Dit kan al tellen na 20 jaar...

De grote lijnen

Grofweg kunnen we voeding opdelen in 3 macronutriënten: koolhydraten, eiwitten en vetten.In dit deel gaan we het hebben over koolhydraten.

Koolhydraten = suikers

Koolhydraten worden ook wel suikers genoemd. Er zijn twee soorten koolhydraten of suikers: simpele koolhydraten en complexe koolhydraten.

Simpele koolhydraten

Simpele koolhydraten kunnen worden gedefinieerd als koolhydraten die heel snel in het bloed worden opgenomen. Dit zijn koolhydraten met een hoge glychemische index. Straks meer hierover.

Voorbeelden van simpele koolhydraten zijn suikerrijke producten zoals: suiker, druivensuiker, snoep maar ook witte pasta, Frans brood,wit brood; witte rijst.

Complexe koolhydraten

Complexe koolhydraten worden trager opgenomen in het bloed en hebben een veel lagere glychemische index. Voorbeelden zijn vezelrijke producten zoals ongepelde rijst, aardappelen, grof brood.

Fruit

Fruit bevat veel fructose maar ook veel vezels. Fruit wordt in een aparte categorie geplaatst. Hier spreken we noch van simpele koolhydraten, noch van complexe koolhydraten. Het is wel zo dat fruitsap ( vb geperste sinaasappel) kan gezien worden als een simpel koolhydraat. Dit omdat de vezels verwijderd zijn. Je voelt je ook veel beter gevuld als je de vrucht effectief eet of enkel het sap drinkt.

De glychemische index (GI)

De glychemische index is een indicator om aan te geven hoe snel koolhydraten in de darm worden verteerd en als glucose in het bloed worden opgenomen. De maximale GI is 100.

Druivensuiker( dextrose) is pure glucose en heeft een GI van 100. Frans brood heeft een GI van 95.

Walnoten hebben een GI van 15 ( maar dan wel een hoog vetgehalte en bevatten veel calorieën; dit zijn wel gezonde vetten). Kortom kunnen we stellen dat suikerrijke producten een hoge GI hebben en heel snel in het bloed worden opgenomen.

Uiteraard spreekt het voor zich dat de opname van simpele koolhydraten beperkt moet worden.

Het belang van de juiste koolhydraten

Er zijn twee hormonen die de bloedsuikerspiegel regelen: insuline en glucagon.

Insuline doet de bloedsuikerspiegel dalen en glucagon doet de bloedsuikerspiegel stijgen.

Na een maaltijd stijgt de bloedsuikerspiegel. 

Je verdikt van een te grote opname van simpele koolhydraten en dit heeft de volgende redenen:

1. Simpele koolhydraten komen snel in het bloed terecht. Het lichaam maakt insuline aan om de bloedsuikerspiegel te doen dalen. Hierdoor is de bloedsuikerspiegels lager dan het vorige niveau. Dit zorgt ervoor dat je bijna automatisch weer naar zoet grijpt. Dit wordt een vicieuze cirkel, waardoor je nooit verzadigd geraakt en altijd zin hebt in zoet.

2. Insuline is een groeihormoon. Hoe meer zoet, hoe meer pieken en dalingen in de bloedsuikerspiegel.

Meer zoet= meer insuline= verdikken

Dit geldt ook voor light frisdranken. Hier zitten geen calorieën in maar insuline wordt wel getriggerd.

Dus...

Zoveel mogelijk complexe koolhydraten eten. Want die bevatten veel vezels, hetgeen bevorderlijk is voor een goede stoelgang en ene verzadigd gevoel. 

Hoeveel koolhydraten heb je nodig?

1,2 gram per dag is voldoende. Dit is voor iemand met een bureaujob. Een duursporter heeft aanzienlijk meer nodig. Als je te weinig koolhydraten eet, dan kan je misselijk worden of 'rubberen benen' hebben.

Wil jij graag terug fit, sterk en gezond worden zodat je terug van het leven kan genieten?

Dan is het tijd om de koe bij de horens te vatten en actie te ondernemen!

Ik heb enkele gerichte vragen voor jou om meer te weten te komen hoe het staat met jouw fysieke conditie.